zaterdag 17 november 2007

Een nieuw donker gebrul maakt de kwajongen in mij los

De regelmatig terugkerende bloglezer weet inmiddels dat ik mijn voorliefde voor mooie en snelle auto's niet geheel onder stoelen of banken steek. Ook de voorliefde voor mijn eigen auto is allang geen geheim meer. Zelf hanteer ik de vuistregel dat er best wat aan een originele auto mag veranderen, maar alleen als dat vermogenswinst oplevert of er kleine details worden aangepast.
Ik hou absoluut niet van bumperpakketten, spoilers ter grootte van een uithangbord, de meest bizar glimmende velgen, of wat helemaal verschrikkelijk is zijn bijvoorbeeld van die traanplaat matten. Ik heb dat allemaal nooit mooi gevonden, geef mij maar gewoon een auto zoals ie er origineel uitziet, dat is veel mooier dan al dat andere nep plastic. Goed, als je dan een bijzondere auto wilt hebben zul je daarvoor diep in je portomonnee moeten graaien, maar dan heb je ook wat.

Zelf was ik opzoek naar nog wat extra paarden, niet voor in de achtertuin want zo groot is die niet, maar voor onder de motorkap van de Type R. Ik was al eens gewezen op het feit dat mijn luchtfilter van K&N, te veel warme lucht van onder de motorkap vandaan zou halen en me dat dus vermogensverlies op zou leveren. Toen ik mij verdiepte in dat feit via verschillende fora, kwam ik er achter dat dat inderdaad het geval zou kunnen zijn. De oplossing? Een zogenaamde Cold Air Intake (afgekort CAI), die ergens anders zijn lucht aanzuigt welke veel kouder is, omdat die onder de koplamp gemonteerd wordt. Simpel gezegd, met koudere lucht, meer vermogen.

Vandaag was hij binnen. Een rood poedercoated CAI van Injen (schijnt het beste merk daarvoor te zijn, met de meeste vermogenswinst). Deze zou mijn huidige luchtfilter vervangen maar zou niet meer herrie gaan maken. Een tweede vuistregel omtrend de auto is namelijk, dat hij niet te veel lawaai moet maken als ik in het normale "toerengebied" aan het "cruisen" ben. Boven de 4.500 toeren mag hij pas hoorbaar worden en dan mag hij pas écht herrie maken bij 6.000 toeren wanneer de VTEC (Variable Valve Timing and Lift Electronic Control) inslaat en ik hem nog even doortrek tot 8.500 toeren.

Vanochtend ging de auto op de brug en was men druk bezig met de voorbereidingen van de montage van de CAI. Zo zag ik mijn auto voor het eerst zonder voorbumper (die voor het gemak even aan de kant gelegd was), wat een vreemd gezicht opleverde maar waardoor de monteur zijn werk netjes kon doen. Janine en ik namen plaats in de wachtkamer, hoewel ik natuurlijk niet stil kon blijven zitten en constant in beweging was.
Daar kwam de doos aan, waar het monster even later met uiterste precisie en met in acht genomen voorzichtigheid, van zijn plastic bobbeljasje werd ontdaan. Heel vreemd dat daar volgens de doos, 10.8 paarden in moesten zitten en terwijl ik worstelde met de vraag waar die zich dan zouden moeten bevinden, ging de monteur ongestoord verder met de montage ervan en zo werd hij uiteindelijk netjes achter de bumper en onder mijn koplamp gemonteerd.

Iemand daar ter plaatse, die wél van Tupperware® bumpers, Chineese tekens, geblindeerde ramen, traanplaat matten en veel herrie hield, drukte me nog even op het hart dat ik hier geen spijt van zou krijgen...

Inderdaad, boven de 4.500 toeren maakt een nieuw donker gebrul de kwajongen in mij los en kán ik mijn voet gewoon niet meer terughalen. In normale taal betekend dit zoiets als dat er nu een prachtige, diep donkere roffel bij 4.500 toeren naar boven komt, dat het inslaan van de VTEC rustiger klinkt en dat het klimmen in toeren voelbaar soepeler gaat. De auto lijkt beter te reageren op het gaspadaal en wanneer je de nu (waarschijnlijk zo'n) 210 paarden de sporen geeft, pakt hij dit soepeltjes op en draven ze allemaal tegelijk onder je door.

Prachtig, wat auto's soms met kwajongens uit de polder kunnen doen ;-)

Geen opmerkingen: