Nadat Janine en ik vanochtend nog een vriend voor het leven hadden gemaakt en ik altijd al eens in Ien's broek had willen zitten, besloten we om vandaag naar Innsbruck af te reizen, dat zo'n 75 km van Längenfeld vandaan ligt. Daar was het volgens Mark de Deugd, goed vertoeven door de vele winkelstraatjes en langs de vele terrasjes. Nu ben ik zelf meer van de terrasjes dan van de winkelstraatjes, maar Janine had het in die straatjes best naar haar zin geloof ik. Zo zijn we bij vele tassen, jassen en horloges blijven kijken (overigens heb ik bij die laatste categorie ook vaak staan kwijlen). Ook kwamen we nog een winkel voor mij tegen, van het door mij zo geadoreerde merk.Na een uurtje of 3 à 4 te hebben rondgezworven, vonden we het wel tijd om naar huis te gaan. Net op tijd, zo bleek, want bijna bij de parkeergarage zette deze (wat oudere) man, precies mijn droombolide vlak voor mijn neus (al zou ik zelf misschien toch voor een ander kleurtje gaan). Dat leverde uiteraard nog een paar interessante plaatjes op, waar ik die man dan ook (in gedachten) hartelijk voor bedankte.
Terug in Längenfeld was het tijd om mijn eigen bolide even onder handen te nemen, want ik kon het niet meer aanzien hoe zijn glans in de afgelopen dagen was verdwenen. Gelukkig staat hij nu weer te glimmen voor de deuren van Apparthotel Burgstein.
Tot Janine's verbazing (of afschuw) heb ik vanavond nog slakken zitten eten (ik wist eerlijk niet dat ik ze besteld had) en hoewel ik bij de eerste altijd een raar gevoel krijg als ik dat (inmiddels gebakken) beestje aan mijn vork rijg, waren ze overheerlijk. Daarna heb ik nog een lekker pannetje met wat groenten en varkenshaas besteld gevolgd door en ijsje. Wat is vakantie toch heerlijk... tot ik (we) thuis weer op de weegschaal sta.






